Derogatie

Derogatiebesluit maart 2014: LTO NL is teleurgesteld

De eisen voor derogatie in de melkveehouderij zijn met het voorstel van de staatssecretaris van 2014 aangescherpt. De verhouding grasland-maïs wordt 80%-20%. Daarnaast komt er nog een uitzondering voor de Zuidelijke en Oostelijke zandgronden voor wat betreft de hoeveelheid kilogram stikstof dierlijke mest per hectare. In de rest van Nederland geldt de 250 kg per hectare stikstof dierlijke mest. Voor de Zuidelijke en Oostelijke zandgronden wordt dat 230 kg per hectare. LTO Nederland vindt het jammer en onbegrijpelijk dat de maatregelen op deze manier ingevuld zijn. Derogatie is belangrijk, maar met de voorwaarden die nu gesteld worden en het tijdstrip waarop dit bekend gemaakt wordt, worden agrarisch ondernemers te hard getroffen. Het is bijna april. Boeren hebben zich al op het nieuwe seizoen voorbereid. Zaden zijn ingekocht en arealen verdeeld. Het is simpelweg niet praktisch uitvoerbaar om dit nu nog aan te passen. Daarnaast is de voorgestelde aanpassing van de verhouding grasland-maïsland vanuit milieutechnische overwegingen niet nodig. In de afgelopen jaren is bewezen dat de huidige verhouding voldoet aan de milieueisen.
Het argument van Dijksma dat andere landen ook een 80-20 verhouding voor derogatie krijgen, is voor ons niet steekhoudend. Het land dat in landbouwkundig opzicht het meest op ons lijkt, is België en dat land heeft die verhouding ook niet. Tot slot wordt de regeling door de nieuwe regio-indeling (Zuid/Oost) erg ingewikkeld en vinden we het jammer dat er niet wordt aangesloten bij de verdeling zoals die in het GLB wordt voorgesteld (75%-25%).